» » » Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht
Title: Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht
Release Date: 2011-09-21
Type book: Text
Copyright Status: Public domain in the USA.
Date added: 26 March 2019
Count views: 46
Read book
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 85
Het Auteursrecht
in het Nederlandsche en internationalerecht
Proefschrift
Ter verkrijging van den graad van Doctor in deRechtswetenschap aan de Rijks-Universiteit te Utrecht na machtiging vanden Rector Magnificus Dr. H. Zwaardemaker hoogleeraar in deFaculteit der Geneeskunde volgens besluit van den Senaat derUniversiteit tegen de bedenkingen van de Faculteit derRechtsgeleerdheid te verdedigen op vrijdag 17 december 1909 desnamiddags te 4 uur door
P. den Boer Senatus Veteranorum Typographus etLibrorum Editor Utrecht 1909

[V]

[Inhoud]

Aan mijne Ouders [VI]

[Inhoud]

Niet gaarne zou ik de gelegenheid latenvoorbijgaan, die mij hier is gegeven, om openlijk mijn dank te brengenaan U, Hooggeachte Professor de Louter, voor de groote bereidwilligheidwaarmede U, tijd noch moeite ontziende, mij bij het schrijven van ditproefschrift terzijde hebt gestaan en bovenal voor de vriendelijkebelangstelling, die U mij daarbij steeds hebt willen betoonen.

Ook aan de overige Hoogleeraren, onder wier leiding ik hetvoorrecht heb gehad aan deze Universiteit te studeeren, betuig ik mijneerkentelijkheid voor de welwillendheid en belangstelling, die ik vanhen mocht ondervinden. In het bijzonder denk ik hierbij ook aan deverplichtingen, die ik als oud-lid van het Collegium Themis hebtegenover Prof. Hamaker en Prof. Molengraaff, de eere-voorzitters vandit gezelschap in de jaren, dat ik aan de werkzaamhedendeelnam.

Ten slotte wil ik, nu ik op het punt sta de Academie te verlaten,het Utrechtsch Studenten-Corps gedenken, waarmede alle herinneringenuit mijn studententijd onafscheidelijk verbonden zullen blijven. Het ismijn oprechte wensch, dat het blijve bloeien, zoolang Utrecht en zijneAcademie bestaat. [IX]

[Inhoud]

Inhoud

     P.

Bronnen en literatuur     XIII

Hoofdstuk I

Historischeinleiding

§ 1De beschermingtegen den nadruk in ons land tot aan het einde der achttiendeeeuw1
§ 2Onze wetgeving ophet auteursrecht van het einde der achttiende eeuw tot dezentijd39
§ 3Geschiedkundigeontwikkeling van het internationaal auteursrecht52

Hoofdstuk II

Grondslag enrechtskarakter

§ 1Algemeen overzichtder verschillende theorieën70
§ 2Recht ofdoelmatigheid?78
§ 3Economischetheorieën95
§ 4Het auteursrechtals recht op een onlichamelijk goed108

Hoofdstuk III

De objecten

§ 1Algemeen overzichten groepeering126
§ 2Geschriften[X]
aKenmerkendeeigenschappen137
bVorm eninhoud143
cPractischetoepassingen van het voorgaande169
IVereischtenwaaraan een geschrift moet voldoen om object van auteursrecht tezijn170
IIHet recht vanden vertaler176
IIIHetuitsluitend vertalingsrecht180
IVHet recht vanden bewerker en het uitsluitend bewerkingsrecht186
§ 3Wetenschappelijkeen technische platen en kaarten195
§ 4Werken dertoonkunst202
§ 5Dramatisch-muzikale werken, balletten en pantomimes211
§ 6Werken vanbeeldende kunst219
§ 7Kunstnijverheid,photographie en bouwkunst228

Hoofdstuk IV

Omvang en duur

§ 1Omvang234
IHet door dendruk gemeen maken van geschriften en muziekwerken236
IIHet maken vanafschriften238
IIIVervaardiging enverspreiding van mechanische muziek-instrumenten enphonografen240
IVReproductie doorden kinematograaf244
VOp- enuitvoering246
VIVoordracht251
VIIReproductie vanwerken van beeldende kunst252
§ 2Duur254

Hoofdstuk V

Voorwaarden en formaliteiten     261

Hoofdstuk VI

Eenige met het auteursrecht inverband staande rechten      275

IRecht opbrieven278
IIPersoonlijkheidsrecht in verband met beslag opauteursrecht281
IIIHet recht van denauteur dat zijn werk in ongeschonden staat wordt publiekgemaakt288
IVHet recht metbetrekking tot den auteursnaam291
VRecht van denafgebeelden persoon299

Hoofdstuk VII

Internationaal auteursrecht

§ 1Algemeeneopmerkingen [XI]305
§ 2De BernerConventie319
aAlgemeeneregelen betreffende het internationale auteursrecht in hetVerbond
IDoel enstrekking van het Verbond321
IIDe werkenwaarop de Conventie van toepassing is322
IIIAard en omvangder bescherming343
IVDuur derbescherming366
bBijzondereregelen omtrent sommige onderdeelen
IHetuitsluitend vertalingsrecht370
IIDagbladen entijdschriften383
IIIBloemlezingen395
IVOp- enuitvoeringsrecht398
VBewerkingsrecht403
VIMechanischemuziek-instrumenten406
VIIKinematograaf413
cRechtsmiddelentot handhaving van het auteursrecht
ILegitimatievoor den rechter417
IIBeslag opnadruk420
dUitvoerings- enovergangsbepalingen
IMaatregelender Verbondsstaten tegen verspreiding of uitstalling van geschriften enkunstwerken423
IIOvergangsbepalingen424
IIIDe wetten enafzonderlijke tractaten in verband met de Conventie434
IVHuishoudelijkeinrichting van het Verbond436
VToetreding vannieuwe staten en hunne koloniën436
VIBekrachtiging,inwerkingtreding en opzegging439

Bijlagen

IWet van 28 Juni 1881(Staatsblad no. 124) tot regeling van het auteursrecht[XII]443
IIGewijzigd ontwerp vanwet tot regeling van het auteursrecht op werken van beeldendekunst452
III
AConvention de Bernedu 9 Septembre 1886 concernant la création d’une Unioninternationale pour la protection des oeuvres littéraires etartistiques459
Articleadditionnel464
Protocolede clôture465
BActe additionnel du4 Mai 1896467
Déclaration du 4 Mai 1896469
CConvention de Bernerevisée pour la protection des oeuvres littéraires etartistiques du 13 Novembre 1908471
IVAssociationlittéraire et artistique internationale Projet deLoi-Type481

Stellingen     487[XIII]

[Inhoud]

Bronnen en literatuur

Een enkel woord over de bronnen en de literatuur,waarvan voor dit proefschrift gebruik is gemaakt, moge hiervoorafgaan.

Voorzoover mijn onderzoek direct gericht was op het bestaande rechtvan nu en van vroeger tijd, heb ik zooveel mogelijk de officieele enoorspronkelijke bescheiden, die daarover licht konden verschaffen,geraadpleegd.

Bij de bestudeering van de privilegies tegen nadruk in ons land vande zestiende, zeventiende en achttiende eeuw bestond mijn voornaamstebron in de Resolutiën van de Staten van Holland en deResolutiën van de Staten-Generaal, beide (de eerstegedrukt, de laatste in handschrift) berustende in het Rijksarchief te’s Gravenhage. Ik achtte het echter niet noodig allejaargangen uit het ruim tweehonderdjarig tijdperk te doorzoeken; hieren daar deed ik een greep, daarbij zorg dragende, dat nergens eeneperiode van eenigen omvang geheel ondoorzocht bleef.

Voorts heb ik voor dit gedeelte van mijn onderzoek veel gehad aanhet Archief voor kerkelijke en wereldsche geschiedenissen,inzonderheid van Utrecht, uitgegeven door J. J.Dodt van Flensburg; van de „Resolutiën der GeneraleStaten uit de XVIIde eeuw meer onmiddellijk betreffende de geschiedenis derbeschaving”, die in de deelen IV, V, VI en VII van dit werk zijnopgenomen, bleken er een groot aantal op mijn onderwerp betrekking tehebben.

Van verscheidene privilegiën heb ik ookkennis kunnen nemen, doordat zij in het geprivilegieerde boek zelfstonden afgedrukt.

Van de schrijvers over de boekdrukkers-privilegiën dient teworden [XIV]genoemd BodelNyenhuis (De wetgeving op drukpers en boekhandel in deNederlanden tot in het begin der XIXde eeuw). Na dit boek, waarvande eerste (Latijnsche) uitgave in 1819 verscheen, schijnt eenzelfstandig onderzoek van eenigen omvang door niemand meer te zijningesteld; zoo alleen is te verklaren, dat enkele onjuistheden uit hetgenoemde werk bij alle latere schrijvers worden teruggevonden.

Voor de kennis van het Nederlandsche recht ná 1796 behoefdeuit den aard der zaak een opsporingswerk van eenige beteekenis niet teworden verricht. Het werd, voorzoover noodig, nog vergemakkelijkt dooreene verzameling van wetten, tractaten, rechtspraak enz., uitgegevendoor de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels.(Het letterkundig eigendomsregt in Nederland. Wetten, tractaten,regtspraak, benevens de wetgeving op de drukpers in Nederland enNederlandsch-Indië, ’s-Gravenhage 1865; id. TweedeGedeelte, ’s Gravenhage 1867).

Bij de bestudeering van de Berner Conventie heb ik in de eerste envoornaamste plaats gebruik gemaakt van de officieele handelingen derConferenties.

Daar de belangrijkste arbeid op deze Conferenties werd verricht inde gesloten vergaderingen der Commissie, aan wie de verwerking derverschillende voorstellen en tegen-voorstellen was opgedragen, zijn hetniet het minst de verslagen dier Commissie aan de Conferentie, die aande handelingen hunne waarde verleenen.

Vooral de Commissie-verslagen van de twee laatste Conferenties (vanParijs 1896 en Berlijn 1908) zijn om hunne volledigheid en helderheidzeer waardevolle documenten, waarvoor den bekwamen rapporteur, Prof.Louis Renault, terecht algemeen lof isgebracht.

Van de geraadpleegde literatuur over de Conventie noem ik in deeerste plaats het standaard-werk van Prof. ErnstRöthlisberger, Die Berner Uebereinkunft zum Schutze vonWerken der Literatur und Kunst und die Zusatzabkommen. (Bern 1906).Deze voortreffelijke en zeer volledige commentaar is echter reedseenigermate verouderd, daar hij geschreven is vóór deherziening van Berlijn.

Daarnaast heb ik alleen geschriften van kleineren omvang over deConventie tot mijne beschikking gehad, grootendeels artikelen in hetmaandblad Le Droit d’Auteur, officieel orgaan van hetInternationale Verbond. Behalve deze studies over de Conventie bevattende twee en twintig jaargangen, die reeds van dit voortreffelijkgeredigeerde [XV]tijdschrift zijn verschenen, een schatvan gegevens over wetgeving en jurisprudentie op het auteursrecht vanbijna alle landen der wereld.

Wat de literatuur over het auteursrecht in het algemeen betreft, noghet volgende:

De lijst van geraadpleegde werken, die ik hieronder laat volgen, iswat de vaderlandsche literatuur betreft, vrijwel volledig. In elk gevalmeen ik te kunnen zeggen, dat geen belangrijk geschrift van eenigenomvang erop ontbreekt. Niet opgenomen zijn de dagbladartikelen en kortestukken in tijdschriften, alsmede die werken, waarin het auteursrechtslechts terloops wordt besproken.

Van de buitenlandsche literatuur met haar reusachtigen en nog steedstoenemenden omvang, heb ik slechts een klein gedeelte tot mijnebeschikking gehad. Ik hoop echter dat mijne keus, waarin ik natuurlijkniet volkomen vrij was, niet al te ongelukkig is uitgevallen.

Ten aanzien van één schrijver ben ik op dit punt nietongerust: ik bedoel Kohler, wiens werkenongetwijfeld tot het belangrijkste behooren van hetgeen over hetauteursrecht is geschreven. Uit de volgende bladzijden zal menherhaaldelijk kunnen zien, hoeveel ik aan dezen schrijver verschuldigdben.


Men vindt hier eerst de Nederlandsche, daarna de buitenlandschewerken, alphabetisch gerangschikt naar de namen der auteurs.

J. Aikes van Kregten, Het contract tusschenschrijver en uitgever, Proefschr. Groningen 1889.

Mr. G. Belinfante, Het recht van den auteur,Themis 1877 pp. 204a sqq.

J. T. Bodel Nyenhuis, De wetgeving opdrukpers en boekhandel in de Nederlanden tot in het begin der XIXdeeeuw. (Vertaling van: De juribus typographorum etbibliopolarum in regno Belgico, Lugd. Bat. 1819). Met de laterebijvoegsels en verbeteringen van den schrijver.

J. D. Doorman, Het vrije vertalingsrechtverdedigd, Leiden 1885.

Mr. Evertsen de Jonge, Verhandeling over deregten van schrijvers en kunstenaars op hunne werken, voornamelijk uithet oogpunt van het internationale regt, Utrecht 1853.

Mr. J. Heemskerk Azn., Voordragten over deneigendom van voortbrengselen van den geest, Haarlem 1856. [XVI]

Prof. Mr. H. van der Hoeven, Een verongeluktartikel, Tijdschrift voor Strafrecht V pp. 99 sqq.

J. van de Kasteele, Het auteursrecht inNederland, Proefschr. Leiden 1885.

Mr. S. Katz, Het auteursrecht,Rechtsgeleerd Magazijn I pp. 311 sqq.

J. H. Kok, Auteursrecht en Berner Conventie,Rotterdam 1905.

— Aansluiting bij de Berner Conventie, Pro en Contraserie I no. 10.

Mr. J. A. Levy, Nederland en de BernerConventie, Het Paleis van Justitie, 9 Aug. 1898 pp. 1 en 2.

Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman, Over deregten van den uitvinder, Themis 1862 pp. 213 sqq.

— Boekbeoordeeling (De Kon. Akademie van Wetenschappen en dezoogenaamde letterkundige en kunsteigendom. Eene kritiek door mr. T.van Hettinga Tromp), Nieuwe Bijdragen voor Regtsgeleerdheid enWetgeving deel XIV (1864) pp. 140 sqq.

— Grond en omvang van het regt van schrijver en uitvinder,Bijdragen tot de kennis van het Staats-Provinciaal enGemeente-Bestuur in Nederland XVI (nieuwe serie III) pp. 1 sqq.

J. Mosmans, Diefstal? Nederland en de BernerConventie, Venloo 1905.

Mr. A. A. de Pinto, Begrip en omvang van hetauteursrecht volgens de Nederlandsche wet, Verslagen enMededeelingen der Kon. Akademie van Wetensch. Afd. Letterkunde3de reeks, 12de deel pp. 5

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 85
Comments (0)
reload, if the code cannot be seen
Free online library ideabooks.net