De martelaars der wetenschap

De martelaars der wetenschap
Category: Scientists / Biography
Title: De martelaars der wetenschap
Release Date: 2018-10-07
Type book: Text
Copyright Status: Public domain in the USA.
Date added: 27 March 2019
Count views: 29
Read book
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 30
DE MARTELAARS
DER
WETENSCHAP.
HAARLEM.
H. D. TJEENK WILLINK.
1881.

[III]

[Inhoud]

VOORREDE.

De Martelaars der Wetenschap heet dit boek. Het heet zoo in navolging van den ouden Martelaarsspiegel”, waarinde daden werden vermeld, de moed en de godsvrucht verheerlijkt van die helden, dievoor hun geloof wisten te sterven. Niet over deze, over andere geloofshelden handeltdit boek. Het wil een spiegel zijn, waarin gij de martelaars der wetenschap aanschouwt,hun geloof, hun strijd, hun lijden.

Groot zeker zijn de zegeningen, die de eigenlijke martelaars ons hebben geschonken.Zij, die voor een godsdienstige overtuiging hebben geleefd en gestreden, hebben tegenoverhet doodend gezag van Staat of Kerk de vrijheid des geestes gehandhaafd. Zij hebbende liefde onderhouden voor het onderzoek en voor de waarheid, waar deze aan bandenwerden gelegd. Zij hebben ons getoond welk een vrede, welk een blijdschap er blijft,ja groeit, te midden van vervolging en druk. Zij hebben ons geleerd alles op te offerenvoor de heiligste, innigste overtuiging. Uit de theaters en renperken, van de schavottenen de brandstapels, uit de gevangenissen en uit de ballingschap, uit het stil en onderworpen,maar volhardend en onverschrokken lijden dezer helden en heldinnen gaat een krachtuit, die u ook dan bezielt, wanneer de overtuigingen, waarvoor zij vielen, de uweniet zijn.[IV]

Een paar martelaars, die van godsdienstvervolging te lijden hadden, komen op de volgendebladzijden voor. Daar hebt gij een Servet, een Palissy, een Ramus en anderen; maarwelk een boek ware dit werkje geworden, wanneer het ook een martelaarsspiegel in deoude beteekenis van het woord had willen zijn. Want de godsdienst heeft de meestemartelaars. De godsdienst brengt de harten in beweging, wekt de aandoeningen op, enbezielt den mensch met een liefde en geestdrift, die van geen wijken weten. Aan deeene zijde verheft hij den man der hervorming boven alle vrees, elk schikken en plooien;aan de andere zijde vervult hij den man des behouds van het denkbeeld, dat toegevenontrouw en verraad is. Iedere godsdienstige hervorming is gekocht ten koste van strijden bloed. Het is waar, wat er gezegd is: wij zijn duur gekocht. De schimmen van zoovelen,die in Rome vielen, staan voor ons op. Zij werden aan palen verbrand, zij moestenin het theater de treurspelrollen vervullen, op het einde waarvan zij een echten doodstierven door zwaard, vergif of verminking, zooals het stuk het meebracht. De schimmenrijzen voor ons op van de Albigenzen, voortgedreven, verjaagd, zich verschuilend voorde vervolging. Johan Huss, onze vaderen, de Hugenoten, door de dragonades van schuilplaatstot schuilplaats nagezeten en over de kling gejaagd, door de dweepzucht aan de bankender galeien geketend: het rijst alles voor ons op in den grooten Martelaarsspiegelvan den godsdienst, en boven die allen verheft zich Golgotha’s heuvel met het kruis,—datkruis, ’t welk voor het christelijk gevoel het lijden heeft geadeld, allermeest waarhet geleden wordt voor beginselen van menschenliefde, vrede en waarheid. Aan al dezemartelaars zijn wij onze vrijheid verschuldigd, aan al deze martelaars dankt het gewetende erkenning van zijn heilig recht. Wie hen vergat, zou de grootste weldoeners vande menschheid vergeten, de verdedigers van onze edelste schatten.

Doch ook de wetenschap heeft hare martelaars. Genieten wij de zegeningen der beschaving,zijn wij door haar verlicht geworden, ook als kinderen der beschaving zijn wij duurgekocht, duur gekocht [V]door het lijden en strijden, door de tranen en de opofferingen van onze broeders.Ook op dit gebied geen vordering zonder kamp, zonder worsteling.

Daar is in de wereld een groote neiging om de dingen te laten zooals zij zijn, eenneiging des behouds. De wereld zoekt haar zelfbehoud, het behoud van zich zelve, zooalszij op een gegeven oogenblik is. Telkens wordt zij door de kracht van een genie voortgestuwd;maar ter plaatse, waar zij door die kracht gebracht is, blijft zij gaarne staan, entelkens weer blijft zij staan, zoodat elke vooruitgang nieuwe inspanning, nieuwenstrijd, nieuwe overwinning eischt. Het is niet anders. Moge de goede tijd komen, waarinmen den hervormer, den man van nieuwe denkbeelden en uitvindingen, zonder achterdocht,zonder spottenden glimlach aanziet! Die goede tijd zal komen. Immers naarmate de wetenschapzich uitbreidt en er nieuwe overwinningen worden behaald, wordt het rijk der redeen dat der kennis grooter en dat ongelukkige rijk der duisternis, des bijgeloofs endes vooroordeels kleiner, waaruit al de kuiperijen, al de tegenstand, al het zuchten,dood en verderf voortkomen. Ja, die goede tijd komt. Edison’s uitvindingen mogen eenongeloovige vraag wekken: men is wijs geworden en oordeelt niet zonder ze te hebbenonderzocht. Het denkbeeld dat de natuur onuitputtelijk is in wonderen zet zich vast,en wij begroeten elke nieuwe uitvinding met blijdschap. Intusschen zullen wij nietvergeten wat er vooraf is gegaan, voordat het zoover met ons is gekomen. Wij willenhen eeren, die onder strijd en lijden het licht hebben ontstoken. Daartoe strekkedit boek. Wij genieten van de voordeelen—mogen wij ook belang stellen in de vraaghoe ze verworven zijn, en gevoel hebben voor die grootheid van ziel, waarmee ze verkregenzijn en waarmee alleen voor het vervolg iets groots verkregen kan worden.

De hier volgende tafreelen zijn grootendeels de vertaling van een fransch werk, getiteld:Les Martyrs de la Science. Sommige gedeelten, die naar mijn oordeel minder belangrijk en kennelijk alleen doordes schrijvers vaderlandsliefde ingegeven waren, heb ik achterwege [VI]gelaten. Een paar beelden daarentegen, zooals die van Freule Tinne, Spinoza, BalthasarBekker, Jan Swammerdam e. a.—naar ik hoop niet onbelangrijk—heeft mijn vaderlandsliefdemij er bij doen voegen. Verder heb ik hier en daar, met name aan het slot, een paarindrukken, bij het overbrengen ontvangen, weergegeven.

Dat dit boek den lezer iets leere; dat het, kan het zijn, een goeden, bezielendenindruk nalate; dat het al wat jong is, tot denken, tot arbeid, tot zelfstandigheid,tot volharding aanspore en een gezonde levensbeschouwing bevordere, is mijn wensch.

Jo. DE VRIES.

[Inhoud]

NAAMLIJST.

Bladz. Bladz.
Aldus Manutius, 71Langle (de), 38
Arban, 47Lavoisier, 106
Arkwright, 122Leibnitz, 133, 134
Auteroche (d’), zie Chappe. Leblanc, 111
Baco (R.), 77Lebon, 115
Balmat, 42Leichardt, 38
Barentz, 23Lmery, 99
Bayen, 112Livingstone, 29
Bekker (Balthasar), 91Mac Kinlay, 39
Bichat, 157Mage, 29
Bittorf, 47Magelhaens, 19
Blanchard, 45Manutius, zie Aldus.
Blanchard (mevrouw), 47Morton, 162
Blosseville (de), 27Mosment, 47
Bourrit, 42Muspratt, 112
Boyle, 132Newton, 65
Bruno (G.), 80Ogden, 136
Burke, 39Olivari, 47
Caill, 27Palissy, 82
Campanella, 80Papin, 131
Chappe d’Auteroch, 4Pascal, 93
Chappe (Claude), 152Perdonnet, 152
Columbus, 11Preire, 152
Cook, 36Prier, 95
Copernicus, 51Prouse (la), 38
Cortez, 19Piltre de Rozier, 44
Cowle, 39Plantade, 42
Croc Spinelli, 47Plinius, 2
Cugnot, 152Priestley, 102
Dallery, 142Quintin, 29
Ericsson, 142Ramus, 80
Dolet, 74Ressel, 142
Dombey, 160Richman, 6
Drer, 71Riquet, 8
Etienne, 74Romain, 44
Fitch, 135Rozier, zie Piltre.
Franklin, 24Sadler, 47
Fulton, 136Sauvage, 142
Galilei, 52Scheele, 100
Garnier, 35Servet, 87
Gilles, 39Sivel, 48
Girard (de), 125Slagintweit, 44
Gutenberg, 69Spinelli, zie Croc Spinelli.
Hardwicke, 39Spinoza, 90
Harvey, 160Stanley, 32
Hasselquist, 3Stephenson, 144
Heilman, 129Stevens, 142
Hervy, 7Stockton, 146
Hudson, 24Swammerdam, 158
Huygens (Chr.), 96, 131Tinne, 35
Jackson, 162Tissandier, 47
Jacquard, 122Tycho Brah, 60, 62
Jacquemont, 4Vesalius, 158
Jefferies, 45[IX]Warburton, 39
Kay, 122Wells, 161
Kennedy, 38Windham, 41
Kepler, 58Zambeccari, 46
Copernicus, 51

[1]

[Inhoud]
Fulton verschijnt vr hen... Blz. 7.

Fulton verschijnt vr hen … Blz. 7.

HOOFDSTUK I.

TOT INLEIDING DIENENDE.

Met hoevele groote veroveraars, helden en overwinnaars zijn wij niet van kindsbeenaf bekend geworden! Wij kennen hen bij name. Wij mogen hunne groote daden vooral nietvergeten. Wie kent dan ook Alexander, Caesar, Richard Leeuwenhart, den Cid, HendrikIV, Lodewijk XIV, Wallensteyn, Napoleon niet? Hunne namen vervullen de wereld en stondenmet groote letters gedrukt in onze geschiedboeken. Ach, wat weten wij van die anderehelden, veroveraars en verwinnaars, die dikwijls in vergetelheid weggescholen kunstenaars,onderzoekers, arbeiders, die op hunne wijze het aanzien der wereld veranderd hebben?Wat weten wij van Euclides, van Archimedes, wier ontdekkingen ook in onze dagen totzooveel nuttigs werden toegepast? Hebben wij niet aan hen en aan de trouwe arbeidersen onderzoekers aller hemelstreken en aller tijden de beschaving te danken, die wijthans genieten? Inderdaad. Wat zijn wij anders dan de gelukkige erfelijke bezittersvan dat groote gebied, dat zij, de eeuwen door, hebben ontgonnen en bebouwd, en wieplukken er de vruchten van, zoo wij het niet zijn?

Onder al die groote namen, die door de bewondering der menigte ten hemel verhevenzijn, heeft Geoffroy Saint-Hilaire gezegd, zijn er geen

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 30
Comments (0)
reload, if the code cannot be seen
Free online library ideabooks.net