Vadertje Langbeen

Vadertje Langbeen
Author: Webster Jean
Title: Vadertje Langbeen
Release Date: 2013-03-31
Type book: Text
Copyright Status: Public domain in the USA.
Date added: 26 March 2019
Count views: 30
Read book
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 27

Opmerkingen van de bewerker

De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.

Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.

Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een dunne rode stippellijn, waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.
Variaties in spelling (met/zonder koppelteken, met/zonder extra spatie) zijn behouden.

Van de meeste illustraties is een vergroting beschikbaar door op de betreffende illustratie te klikken.

Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan het eind van dit bestand.

Het origineel van dit e-boek is een vertaling van het engelse boek „Daddy-Long-Legs”. Dit boek is ook als e-boek beschikbaar via Project Gutenberg: e-boek no. 157 en e-boek no. 40426 (gellustreerd).
Het engelse origineel is via Project Gutenberg ook beschikbaar in een audio-versie: e-boek no. 19782.

Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.

voorkant

 

VADERTJE LANGBEEN

 

 

VADERTJE
LANGBEEN

DOOR

JEAN WEBSTER

6de GOEDKOOPE DRUK

AMSTERDAM
SCHELTEMA & HOLKEMA'S BOEKHANDEL
K. GROESBEEK & PAUL NIJHOFF

 

 

LAMME WOENSDAG.

De eerste Woensdag van elke maand was een echt in-vervelendedag, een dag, die vol angst tegemoet gezien werd,dapper doorstaan moest worden en dan weer zoo gauwmogelijk vergeten werd. Geen vlekje mocht er dan op devloeren te bespeuren zijn, geen stofje op de stoelen en geenrimpel in de beddelakens. Zevenennegentig onrustige, kleinevondelingetjes moesten geboend, gekamd en geborsteld en inversch gesteven pakjes gestoken worden, en aan alle 97 werdnog extra op het hart gedrukt, dat zij zich netjes moestengedragen en vooral met twee woorden moesten antwoorden,wanneer een van de regenten of van de bezoekers zich verwaardigdehen aan te spreken.

Het was werkelijk een allerafschuwelijkste dag en de armeJerusha Abbott, de oudste vondeling, had er nog den meestenlast van. Maar ook deze afschuwelijke „Lamme Woensdag”kwam, net zooals zijn voorgangers, gelukkig tot een eind. Jerushavluchtte van de provisiekamer, waar zij sandwiches voorde gasten had klaargemaakt, naar boven, om haar gewonedagelijksche werk af te maken. Aan haar was de specialezorg voor Kamer F. opgedragen, waar elf kleine kleutersvan vier tot zeven jaar sliepen in elf kleine bedjes, die opeen rij langs den muur stonden. Jerusha verzamelde haarpleegkinderen om zich heen, trok hun verkreukelde pakjesglad, snoot hun vuile neuzen en stuurde ze op een rijtje naarde eetkamer, waar ze zich gedurende een gezegend half uuraan brood met melk en pruimepudding te goed konden doen.

Daarna liet ze zich op de vensterbank neerzakken en drukte haar bonzend, gloeiend voorhoofd tegen de koele ruit. Van 'smorgens vijf uur af was ze op de been geweest en had ze iedereennaar de oogen moeten zien en dan nog op den koop toe uitgescholdenen opgejaagd door een zenuwachtige directrice.Want achter de schermen bezat Juffrouw Lippett lang nietaltijd de kalme waardigheid, waarmede ze op den LammenWoensdag de regenten en bezoeksters ontving.

Jerusha staarde recht voor zich uit, over de uitgestrektebevroren weilanden, over het hooge ijzeren hek, dat het gestichtomringde, over het heuvelland, waarop zich hier endaar een landhuis verhief, naar de torenspitsen van de stad,die te midden van de kale boomstammen verrezen.

De dag was afgeloopen, voor zoover zij wist, goed afgeloopenzelfs. De regenten en bezoeksters hadden de rondedoor het gesticht gedaan, de verslagen gelezen, hun theegedronken en waren nu weer vlug weggegaan naar hun eigengezellige huizen om daar hun vervelende kleine liefdadigheidsplichtenweer tot het begin van de volgende maand tevergeten. Nieuwsgierig leunde Jerusha tegen het raam envolgde belangstellend met de oogen den stroom van equipagesen automobielen, die door het hek van het gesticht wegrolden.In haar verbeelding vergezelde zij eerst de ne, dan weer deandere equipage tot de groote landhuizen, welke zich langsde heuvels verhieven. Zij zag zichzelf, gehuld in een dikkenbontmantel en met een grooten fluweelen hoed met veerenop, gemakkelijk in de kussens gevlijd, terwijl ze nonchalantden chauffeur gelastte „Naar huis” te rijden. Aan den drempelvan haar huis werd haar droombeeld echter verward.

Jerusha had zooveel verbeeldingskracht, dat JuffrouwLippett wel eens beweerde, dat ze nog gek zou worden,indien zij er zich niet met kracht tegen verzette. Maar hoegroot haar fantazie ook was, die kon haar toch niet brengenin het portaal van de huizen, waar zij wilde binnentreden.De arme, avontuurlijke kleine Jerusha had in haar heelezeventienjarig bestaan nog nooit den drempel van een gewoonhuis overschreden. Zij kon zich het dagelijksche levenvan menschen, die niet met den zorg voor de arme vondelingenbelast waren, met geen mogelijkheid voorstellen.

 

„Jerusha Abbott
Je moet komen
In de kamer
Van Juf Lippett!”

Tommy Dillon, die in het koor had meegezongen, kwamzingende de trap op en de kamer binnen, al luider keelopzettend naarmate hij naderde. Jerusha schrok uit haardroom aan het venster op en keerde tot de dagelijkschelasten van haar leven terug.

„Wie heeft er naar me gevraagd?” onderbrak ze Tommy'sgezang op angstigen toon.

„Juf Lippett is in de kamer.
Ze is geloof ik gek.
A-a-men!”

eindigde vrome Tommy zijn mededeeling. Toch was zijntoon niet plagerig, want zelfs het onverschilligste pleegkindvoelde medelijden voor zijn armen broeder of beklagenswaardigezuster, die in de kamer van de gejaagde, zenuwachtigedirectrice werd ontboden. En Tommy hield van Jerusha,al rammelde ze hem ook wel eens door elkaar en al werdzijn neus ook vaak heel hardhandig door haar gesnoten.

Jerusha ging naar de kamer. Twee diepe rimpels vertoondenzich tusschen haar wenkbrauwen. Wat had ze nuweer niet goed gedaan? Waren de sandwiches niet dungenoeg gesneden, waren er schillen in de amandelkoekjesgeweest of had een bezoekster het gat in Suze Hawthornskous ontdekt? Hemelsche goedheid, had een van die allerleukstekleine kleuters uit haar eigen kamer een regent misschieneen brutaal antwoord gegeven?

De lange lage gang was niet verlicht en toen zij bij dekamer kwam, stond daar nog een regent, op het punt vanvertrekken, in de open gangdeur, die naar de hal leidde.Jerusha kreeg slechts een vluchtigen indruk van den man.Zij zag alleen maar, dat hij groot was en heel lange beenenhad. Met zijn armen zwaaide hij naar de auto, die voor de deur stond te wachten. Toen deze zich in beweging zetteen naderbij kwam, wierpen de lantaarns een duidelijke schaduwvan den man tegen den muur van de vestibule. Dieschaduw toonde enorm lange armen en beenen, die langsden wand naar den uitgang zwaaiden. Het geheel maakteden indruk van iets enorm groots en fladderends.

Jerusha's angstig gezichtje nam een vroolijke uitdrukkingaan. Ze had een blijmoedig karakter en het geringste konhaar lachlust opwekken. Ze kwam dan ook door die kleinegebeurtenis geheel opgevroolijkt in de directricekamer enbegroette Juffrouw Lippett met een glimlach. Tot haar grooteverbazing was de Moeder, zooal niet glimlachend, toch oogenschijnlijkin een rooskleurige bui. De kleine Jerusha werdtenminste haast net zoo welwillend ontvangen als de bezoekersvan dien middag.

„Ga zitten, Jerusha. Ik moet iets met je bespreken.”

Jerusha liet zich in den eersten stoel den besten neervallenen wachtte ongeduldig af, wat komen zou. Een autosnorde langs het raam. Juffrouw Lippett keek haar na.

„Zag je dien heer, die zooeven wegging?”

„Ja, zijn rug”.

„Het is een van de regenten, die het meest te zeggenheeft. Hij heeft ook al groote sommen gegeven om onzeinrichting te steunen. Ik mag je zijn naam niet noemen,hij heeft mij uitdrukkelijk gezegd, dat hij onbekend wilblijven.”

Jerusha keek haar met groote oogen aan. Zij was er niet aangewend, dat de directrice de particuliere zaken van deregenten met haar besprak.

„Deze heer stelt in verschillende van onze jongens belang.Herinner je je Charles Benton en Henry Freize? Die werdenalle twee door hem naar de universiteit gezonden en beidenhebben ze door hard werken en groot succes het geld eeraangedaan, dat zoo edelmoedig voor hen werd uitgegeven.Een andere betaling wenscht deze heer niet. Tot nu toe heefthij alleen maar jongens op weg geholpen en het is me nooitgelukt, ook maar in het minst belangstelling in een van demeisjes van het gesticht bij hem op te wekken, hoe zeer enkelen het misschien ook verdiend hebben. Ik kan je welvertellen, dat hij absoluut niets om meisjes geeft”.

„Zoo, juffrouw”, bromde Jerusha, die dacht, dat zij hieropiets moest antwoorden.

„Vandaag is op de vergadering jouw toekomst besproken”.

Juffrouw Lippett hield even een veelzeggende pauze. Daarnavervolgde zij weer op haar kalme spreekwijze tot de nuplots gespannen toehoordster:

„Zooals je weet, worden de kinderen gewoonlijk hier nietlanger dan tot hun zestiende jaar gehouden, maar hebbenwe bij jou een uitzondering gemaakt. Tot je veertiende jaarben je op de lagere school geweest en omdat je altijd goedgeleerd hebt, werd er besloten, dat je daarna de middelbareschool mocht bezoeken, ook al was je gedrag lang niet altijdeven goed. Nu heb je ook die geheel bezocht en kan hetgesticht niet langer voor je zorgen. Je hebt al twee jaarmeer dan je toekwam”.

Juffrouw Lippett negeerde het feit, dat Jerusha gedurendedie twee jaar hard voor haar kost had moeten werken,zoodat het werk voor het gesticht in de eerste plaats endat voor haar opvoeding pas daarna aan de beurt was gekomen.Ook sprak ze er niet over, dat het kind op dagenals heden b.v. thuis werd gehouden, om het huis schoonte maken.

„Zooals ik zooeven al zei, werd vanmiddag je toekomstbesproken, grondig besproken.”

Beschuldigend keek Juffrouw Lippett de kleine, voor haarzittende gevangene aan en bescheiden sloeg deze de oogenneer, niet omdat zij zich van iets kwaads bewust was, maaromdat zij begreep, dat dit van haar verwacht werd.

„Natuurlijk behoorde iemand in jouw positie ergens heengestuurd te worden, waar je hard moet werken, maar je hebtnu eenmaal op school goed je best gedaan, vooral in sommigevakken. Het schijnt, dat je Engelsche opstel zelfs schitterendgeweest is. Juffrouw Pritchard, die in ons bestuurzit en ook in het schoolcomit, heeft er met je leeraar overgesproken en heeft hier een opstel van je voorgelezen, datje „Lamme Woensdag” hebt betiteld.”

 

Deze keer was Jerusha's schuldige uitdrukking niet geveinsd.

„Het komt me voor, dat je je niet bepaald dankbaar toont,wanneer je het instituut, waar je zooveel hebt genoten,belachelijk maakt. Als het niet bepaald humoristisch geschrevenwas, geloof ik dan ook niet, dat de regenten hetje ooit hadden vergeven. Maar gelukkig voor jou heeft Mijnheer....ik meen Mijnheer de regent, die zoo juist vertrokkenis, heel veel gevoel voor humor en naar aanleiding vandit brutale opstel heeft hij aangeboden, je voor zijn kostennaar de universiteit te sturen”.

„Naar de Universiteit?” Met open mond gaapte Jerushade directrice aan.

Die knikte. „Ja, hij bleef net hier om nog verschillendecondities met me te bespreken. Heel buitengewone conditieswaren het. Die Mijnheer de regent is een fantast, mag ikwel zeggen. Hij gelooft, dat je veel oorspronkelijke gedachtenhebt en wil nu een schrijfster van je maken”.

„Een schrijfster!” Jerusha kon haar ooren niet gelooven.Half onbewust herhaalde ze Juffrouw Lippett's woorden.

„Ja, dat wil hij nu eenmaal. Of zijn wensch ook in vervullingzal gaan, moet de toekomst ons leeren. Hij wil jeeen heele groote toelage geven, eigenlijk te groot voor eenmeisje zooals jij, dat nog nooit eenig

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 27
Comments (0)
reload, if the code cannot be seen
Free online library ideabooks.net