» » » De Dochter van de Zeekapitein_ Een Histories Verhaal

De Dochter van de Zeekapitein_ Een Histories Verhaal

De Dochter van de Zeekapitein_ Een Histories Verhaal
Author: D'Arbez
Title: De Dochter van de Zeekapitein_ Een Histories Verhaal
Release Date: 2018-05-05
Type book: Text
Copyright Status: Public domain in the USA.
Date added: 27 March 2019
Count views: 106
Read book
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 23
[Inhoud]

DE DOCHTER VAN DE ZEEKAPITEIN.

[Inhoud]

Vrees kende ze niet.... Pag. 7.

Vrees kende ze niet …. Pag. 7.

De Dochter van de Zeekapitein.
EEN HISTORIES VERHAAL
Tweede Serie,No. 4.
J. H. DE BUSSY.
Pretoria, Amsterdam.
HOLL.-AFRIK. UITGEVERS-MIJ. v/h. J. DUSSEAU & Co.
Kaapstad.
1920.

[V]

[Inhoud]

INHOUD.

       Bladz.

HOOFDSTUK I.

Waarin wij met Vader enDochter bekend raken       1

HOOFDSTUK II.

Kapitein Knijf krijgteen nieuw schip        8

HOOFDSTUK III.

De reis van deStavenisse       17

HOOFDSTUK IV.

De schipbreuk       25

HOOFDSTUK V.

Een beraadslaging en degevolgen daarvan        30

HOOFDSTUK VI.

Donkere dagen       37

HOOFDSTUK VII.

Er komt hulp       42

HOOFDSTUK VIII.

De reis naar de Baai ende aankomst aldaar       49

HOOFDSTUK IX.

Vier maanden een lekkerlui leven        55

HOOFDSTUK X.

Een zeeman tegen wilen dank        64

HOOFDSTUK XI.

Een goed plan       76[VI]

HOOFDSTUK XII.

Het bouwen van deboot        86

HOOFDSTUK XIII.

De reis naar- en deaankomst te Kaapstad       100

HOOFDSTUK XIV.

Het onderzoek       108

HOOFDSTUK XV.

Katrijn verandert vanplan        121

HOOFDSTUK XVI.

De reis van deCentaurus       129

HOOFDSTUK XVII.

Het verhaal van dejonge Fransman        134

HOOFDSTUK XVIII.

De reis van deNoord       140

HOOFDSTUK XIX.

Twee brieven vanbelang        145

HOOFDSTUK XX.

Van zeeman totboer        154

HOOFDSTUK XXI.

Donkere dagen       163

HOOFDSTUK XXII.

Een onverwachtbezoek        170

HOOFDSTUK XXIII.

De Kommandeur wordtprofeties        179

HOOFDSTUK XXIV.

Een nieuwe vijand       187

HOOFDSTUK XXV.

Een oude kennis       192 [VII]

HOOFDSTUK XXVI.

De dood van KapiteinKnijf        204

HOOFDSTUK XXVII.

De laatste zeereis vande dochter van de Zeekapitein       209

HOOFDSTUK XXVIII.

De dood vanKatrijn        220

HOOFDSTUK XXIX

Besluit       230 [IX]

[Inhoud]

VOORWOORD.

In dit boekje heb ik tot zulk ’n bedrag op deBank van de Fantasie getrokken, dat ’t misschien niet onnodig isom mijn lezers te vertellen, wat er waarheid, en wat verdicht in is, temeer, daar deze serie van boeken, de naam van Zuid Afrikaanse HistorieBibliotheek draagt.

De gebeurtenissen betrekking hebbende op ’t vergaan van deStavenisse en ’t bouwen van deCentaurus zijn zuiver histories, evenals dereis van de Centaurus naar Natal en degeschiedenis van Drakenstein, voor zover in dit werk behandeld.

De Kapitein van de Stavenisse heettewerkelik Willem Knijf, en IJsbrand Hogesaad was de Eerste stuurman.Natuurlik had de Stavenisse ’n tweede en’n derde stuurman, maar of ze MacIntosh en Abraham Hartog heetten,dan wel Jan Klaassen en Piet Hein, kan ik niet zeggen. Ook was er’n opperbootsman, maar deze heb ik willekeurig Willem Tuijlgenoemd.

De namen van de Engelsen in Natal zijn histories juist.

Heeft de held van dit verhaal Abraham Hartog’n verdichte naam, hetzelfde is ’t geval met Katrijn Knijf, de heldin. Of de Kapitein ooit ’ndochter gehad heeft, is mij onbekend, maar zeer zeker is ’t, datdie dochter nooit op de Stavenisse was, toendeze strandde: Katrijn is ’n zuiver produkt van mijnverbeeldingskracht, [X]en ik hoop, dat ze deze geenoneer zal aandoen.

Dat ’n meisje als zij, van jongs af aan op zee opgegroeid,’n rein, prakties karakter had, is niet onnatuurlik en dat zij zogemakkelik de overgang maakte van ’t zee- tot ’t landleven,laat zich uit dat karakter begrijpen.

Minder natuurlik is misschien die overgang van de zijde van de jongeHartog, maar we zouden ’t niet moeilik vinden om voorbeelden uitde tegenwoordige geschiedenis van Zuid-Afrika aan te halen van mannen,die zonder vorige ervaring de boerderij hebben uitgeoefend en daarinuitmuntend zijn geslaagd. Ik moet echter erkennen dat ’t gelukHartog biezonder gunstig is geweest.

Als er onder mijn lezers of lezeressen sommigen mochten zijn, dieiets van ’t zeewezen afweten, zullen ze zich wellichtverwonderen, hoe ’n bootsman zo snel tot Kapitein opklom, maar inde oude dagen, toen Nederland en niet Engeland de zee beheerste, warenzulke gevallen niet zeldzaam.

Als slechts één voorbeeld mogen wij de naam noemen vanMichiel Adriaanszoon de Ruyter, de grootste vlootvoogd, die Holland enzelfs Europa ooit gekend heeft, en die van scheepsjongen, admiraalwerd.

Met deze verklaringen biedt de schrijver het publiek dit boekje aanen hoopt dat ’t een waardige mededinger mag worden van“Mooi Annie”, dat, naar de ervaring heeft geleerd, hetgeliefkoosd boek is, niet alleen van de jeugd van Zuid-Afrika. maar ookvan ouderen van dagen.

D’ARBEZ. [1]

[Inhoud]

HOOFDSTUK I.

Waarin wij met Vader en Dochter bekend raken.

Er zijn mensen in de wereld, die zich tot deongelukkigen van de Aarde rekenen, en die zelfs als het hen goed gaat,steeds blijven mopperen en klagen en niets anders kunnen doen dan allesvan de donkerste zijde te beschouwen.

Zulk een man was schipper Willem Knijf. Het is waar dat hij veel tedoorstaan had gehad, maar niet minder waar, dat meer dan eens zijnleven op wonderbaarlike wijze gered werd. Evenwel scheen het eerstesteeds in z’n geheugen te blijven en vergat hij ’t laatstete gemakkelik.

Willem Knijf was een Zeeuw van geboorte en [2]zover hijwist, waren zijn voorouders steeds zeelieden of dochters van zeeliedengeweest.

Eén Willem Knijf was ’n Watergeus geweest en had alsbootsmansmaat op ’t admiraalschip van Willem van der Marck op 1April 1572 deelgenomen aan de verovering van den Briel; later, in 1588,had hij als eerste stuurman van Van Heemskerk ’t zijnebijgedragen tot ’t vernielen van de Spaanse Onoverwinlikevloot.

Een ander, Jan Knijf, was tweede stuurman op ’t schip van PietHein, toen deze de Zilvervloot veroverde.

De grootvader van onze Willem Knijf had toen hij reeds ’n oudman was, als kapitein van ’n schip, de oude Tromp geholpen om deNoordzee van de Engelsen schoon te vegen. Doch de vader van WillemKnijf hield niet van oorlogen, maar had zich op de walvisvangstbegeven, en was verscheidene jaren kapitein van een walvisvaardergeweest; Willem’s moeder was de dochter van ’n stuurman, inde dienst van de West Indiese Kompanjie.

Onze Knijf die geboren was in ’t jaar 1630, had reeds optwaalfjarige leeftijd ’n tocht met zijn vader naar ’tNoorden meegemaakt.

Op die tocht drong de stoutmoedige kapitein door tot ver in ’tNoorden langs de Westkust van Groenland, [3]voor die tijd ’n zeergevaarlike onderneming. Zijn moed werd echter beloond, want toen hijeindelik de steven zuidwaarts wendde, was ’t ruim van zijn schipgeheel met traan gevuld en stonden zelfs vaten daarmee, vastgesjord op’t bovendek.

Maar langs de kust van Labrador stootte het schip op ’nijsberg en werd zodanig beschadigd dat het de kapitein slechts metgrote moeite gelukte om ’t vaartuig op ’t vlakke strand tezetten. De gehele bemanning werd gered en ook de kleine Willem.

Daar het weer mooi bleef, was men in de gelegenheid om alleproviand, de zeilen en masten aan land te krijgen, en tevens een grootdeel van de traan. Maar daar ’t reeds laat in ’t najaar wasen de strenge koude zich geweldig deed gevoelen, bleef er niets andersvoor de bemanning over dan op de woeste kust te overwinteren.

Een plan door een van de stuurlieden geopperd, om te trachten overland de Hollandse volkplanting Nieuw Amsterdam (tans New York) tebereiken, werd door de kapitein als te gevaarlik, van de handgewezen.

Van de zeilen en masten maakte men twee tenten en daarin bracht menzo goed mogelik de winter door.

Twee kachels waren uit ’t schip gered en er was [4]genoegdrijfhout aan ’t strand te vinden, dat als brandstof dienst kondoen.

Lampen, gevuld met walvisolie verschaften licht in de nacht en ookop de niet minder donkere winterdagen.

Maar beschutting, brandstof en licht zijn niet voldoende om de mensin ’t leven te houden, daartoe is voedsel ook hoogst nodig. Erwas genoeg proviand op ’t schip geweest om de bemanning tevoeden, totdat men de kust van Nederland weer bereikt had, maar nietvoor de zeven maanden lange wintertijd van Labrador.

Schoon de kapitein de rantsoenen zoveel mogelik verminderde, zouwaarschijnlik de hongerdood het lot van allen zijn geweest, ware’t niet, dat men er in geslaagd was om ’n aantal ijsberente schieten en tevens veel wilde ganzen en andere zeevogels.

Gebrek aan groenten deed echter de gevreesde scheurbuik uitbrekenonder de bemanning en voor ’t einde van de winter stierven vijfhunner, terwijl het dubbele van dat getal ziek lag.

Gelukkig kwam in Mei van ’t volgende jaar ’n Deensewalvisvanger langs de kust van Labrador, op de terugreis naarCopenhagen en slaagde men er in, signalen met deze te wisselen en’n overeenkomst te treffen, waarbij de Deense kapitein aannam om[5]tegen afstand van de overgebleven vaten traan, debemanning van ’t Hollandse schip mee te nemen naar Denemarken.Van daar viel ’t de bemanning gemakkelik Holland te bereiken.

Op zijn twaalfde jaar had dus Willem Knijf reeds enige gevaren vande zee ondervonden. Doch hij was hierdoor niet afgeschrikt en maaktenog verscheidene reizen met zijn vader mede.

Toen Willem 18 jaar was, stierf zijn moeder en kort daarop beslootde jonge Knijf op eigen wieken te drijven, nam dienst bij ’nrederij, die z’n schepen naar de Levant of Middellandse Zee zond,en klom daarbij op tot Eerste Stuurman.

Op 25jarige leeftijd huwde hij met een dochter van ’n kapiteinin dienst van de West Indiese Kompanjie; door de invloed van zijnschoonvader kreeg hij ’t bevel over een der kleinere schepen vandie Kompanjie en bleef bijna 10 jaar in zijn dienst.

Intussen was zijn huwelik gezegend met de geboorte van ’ndochter, die Catharina werd genoemd, doch gewoonlik als Katrijn bekendwas.

Kapitein Knijf had eenmaal ’t ongeluk dat hij door nalatigheidvan een van de stuurlui, schipbreuk leed op een van de Bahama eilanden.De Direkteuren van de Kompanjie gaven hem echter de schuld daarvan enontsloegen hem uit hun dienst. [6]

Een jaar lang was hij zonder betrekking, maar toen gelukte ’them met veel moeite om als Eerste Stuurman te worden aangesteld bij deOost Indiese Kompanjie en in 1680 het bevel te krijgen over het schipde “Waterslang”.

Vijf jaren lang deed hij met dit schip verscheidene reizen naarIndië, maar op de laatste reis bleek bij de aankomst te Batavia,dat het schip reeds zo oud en verrot was, dat zowel kapitein alsbemanning weigerde er op te blijven.

Na veel gesukkel stemden de autoriteiten in Batavia er in toe om deWaterslang degelik te doen onderzoeken, met ’t gevolg dat’t schip afgekeurd en later afgebroken werd. Aan de Kapitein werdbeloofd dat hij zodra mogelik ’n ander schip zou krijgen enintussen werd hij op wachtgeld gesteld.

Op deze laatste reis had Knijf, zoals toen de gewoonte onder deschippers was, zijn vrouw en dochter meegenomen, maar drie maanden nazijn aankomst in Batavia werd zijn vrouw door de koorts aangetast enstierf na ’n ziekbed van enige weken.

Katrijn Knijf was toen reeds ’n volwassen meisje van omtrent23 jaar, en schoon ’t haar niet aan vrijers had ontbroken, waszij nog ongehuwd; als haar vader meermalen bij haar aandrong om zich’n levensgezel uit te kiezen was haar lachend antwoord,[

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 23
Comments (0)
Free online library ideabooks.net