» » De vlegeljaren van Pietje Bell

De vlegeljaren van Pietje Bell

De vlegeljaren van Pietje Bell
Category:
Title: De vlegeljaren van Pietje Bell
Release Date: 2018-12-29
Type book: Text
Copyright Status: Public domain in the USA.
Date added: 27 March 2019
Count views: 48
Read book
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 22
[Inhoud]

Pietje Bell die om de hoek kijkt.

DE VLEGELJAREN
VAN PIETJE BELL

DE VLEGELJARENVAN PIETJE BELL
ALKMAAR—GEBR. KLUITMAN
1920

[Inhoud]

BOEKDRUKKERIJ—GEBR. KLUITMAN—ALKMAAR[5]

[Inhoud]
Lang zal-die leven in de gloria ...

Eerste Hoofdstuk.

De kennismaking hernieuwd.

Lang zal-die leven in de gloriaaa …. in de gloria … in de gloriaaaaaaaa … Hiep … hiep… hoeraaaaaaa …

De vloeren dreunden, de ruiten rammelden, geklink van glazen, gerinkel van lepelsen vorken, messen en borden en het getrappel van luidruchtige voeten begeleidden hetgezang.

Feest was het in de nieuwe woning van Vader Bell, den bekenden schoenmaker uit deBreestraat te Rotterdam. Jaren van vlijt en spaarzaamheid hadden hem het bezit doenverwerven van een geheel naar de eischen [6]des tijds ingerichten winkel van Dames-, Heeren-, en Kinderschoenen, en de feestelijkeopening daarvan werd op de ruime kamers boven den winkel stevig befuifd door familie,vrienden en kennissen.

Daar waren om te beginnen Vader en Moeder Bell, beiden ongeveer vijftig jaar, stralendvan gezondheid en levenslust, beiden trots op het bereikte ideaal. Vader het meestop den winkel, moeder het meest op de splinternieuwe meubeltjes, de hevig artistiekeschilderijtjes, het mooie behang, het bloemetjes-tapijt.

Daar was Pietje … o neen … niet PIET … PietJE alstublieft.

Ooit gehoord van Pietje Bell?

Hier is hij, zestien jaar … modepakje … lakschoenen … zijden das, angstig net gekamdekuif, hoog boord, manicuurvingers … Ho-ho … mis man … allemaal mis, maar daaroverlater. Daar was Geelman, de drogist uit de Breestraat, je weet wel, de brompot, diezoo geel zag als de kruiden, die hij verkocht. En dan zijn zoon Jozef, een verschrikkelijkbraaf mensch, bestuurslid van de vereeniging tot bescherming van ondieren. Naast vaderen moeder zaten Martha en haar echtgenoot. Martha was Piets zuster en ze woonde nuin den Haag.

En verder was er een heel gezelschap jongelui, allemaal vrienden van Pietje, medeledenvan de korfbalclub.

De vroolijke gasten zaten aan den feestdisch, luidruchtig pratend, lachend, klinkenden drinkend op de gezondheid van vader, moeder en de nieuwe zaak.

Flip Buitenhuis, boezemvriend van Pietje, sneldichter, ceremoniemeester, gangmakervan de club, veelbelovend opvolger in de sigarenzaak van zijn vader, tikte tegen zijnglas en verzocht stilte en attentie voor een gedicht, door hem ter gelegenheid vandit feest aaneengesmeed.

Flip, leuke snuiter met ’n oolijk gezicht, wachtte even, [7]tot het volmaakt stil was en begon op plechtigen toon:

In ’t holst van den nacht——wijl iedereen sliep zacht..

Behalve de schildwacht———

Op post bij de gracht ….

Ik zeg … in ’t holst van den nacht ….

Heb ik dit vers bedacht.

En in het nachtelijk duister ….

Koorde ik het gefluister

Van een stem, die me zei:

Sssst … Flip, neem uw schrijfgerei,

En wijd een hulde-lied

Aan de ouders van Piet.

En zoo——geachte heer en mevrouw Bell,

Opende ik mijn dichterlijke wel.

En bij sterrengeflonker en kattengemauw

Schudde ik de volgende regelen uit mijn potische mouw:

Jaren van voorspoed en vlijt,

Van zweet des aanschijns en zuinigheid,

Hebben de zaken van den heer Bell uitgebreid.

En of je er veel of weinig over praat,

Hij heeft de mooiste winkel in de Heerenstraat

En daar verkoopt hij u geen knollen voor citroenen,

Maar eerste klas laarzen, pantoffels en schoenen.

In de schoone stad van Rotterdam,

Vanaf den tijd, dat Claudius Civilis er schoenen koopen kwam,

Ik zeg, sinds Xantippe er pantoffels kwam koopen,

En de volksverhuizing heele naties naar Rotterdam deed loopen,

Ja …. sinds Kaninefaten en Tubanten woonden in holen

Lieten ze bij de familie Bell hun schoenen zolen.

Ook hebt ge zeker wel eens vernomen,

Hoe Hannibal en zijn legers over de Alpen zijn gekomen,

’t Was een kouwe reis—de Alpen waren vol sneeuw,

Je vond er geen boom, geen struik, ja zelfs geen dooie spreeuw,

En dat ze geen natte voeten kregen op dien tocht,

Kwam … doordat ze overschoenen bij meneer Bell hadden gekocht.

Zoo, mijne vrienden, zou ik door kunnen gaan,

Maar mijn schitterende rede zou teveel tijd beslaan,

Ik meen daarom te kunnen volstaan

Met te zeggen, te beweren, te wenschen en te hopen,

Dat de firma Bell maar veel schoenen mag verkoopen,[8]

Aan vorst en vorstin, aan boer en boerin, aan heid— en heidin,

En als hij ze levert naar een ieders zin,

Dan wordt hij nog Hofleverancier van H. M. de Koningin.

Ik wijd ook een woord van hulde aan Mevrouw,

Die haar echtgenoot vol liefde en trouw

Op zijn door vele voeten betreden levensbaan

Als een dapper strijdmakker heeft terzijde gestaan,

Net als Julius Ceasar met Piet Hein heeft gedaan.

Nu nog een kort woordje tot de kinderen

Piet en zijn zuster—als u het niet zult verhinderen,—

En ik zeg het zonder blikken of blozen,

Ze hebben de beste ouders ter wereld uitgekozen.

En nu, dames en heeren, hoog het glas,

Doe maar net, of je thuis bij je moeder was,

Zing en klink en drink, tot je geen twee meer kunt tellen,

Ter eer van alle hier aanwezige Bellen,

En zing met mij, dat je ’t kunt hooren in Afrika:

Lang zullen ze allemaal leven in de gloria!!

Bravooo!!… fijn … ha-ha-ha-ha- … nou, da’s een goeie, hoor …

Vader Bell lachte zich tranen met tuiten om al dien welgemeenden humor, en stond opom een woordje van dank te zeggen.

„Vrienden,” sprak hij, „ik kan niet zooveel buitenlandsche woorden gebruiken als Flip,maar ik moet toch even zeggen, dat ik zijn alleraardigst gedicht mijn leven lang zalonthouden, en hem er heel hartelijk voor bedank. Ja, altijd maar vroolijk zijn, datis mijn idee ook. Ik heb er mij altijd wel bij bevonden en ik hou van menschen, dieer ook zoo over denken. Flip, nogmaals bedankt voor je vers, ’k ben blij, dat je Piet’svriend bent … en al heb je ons een hoop leugens wijsgemaakt, over die Konijnevatenen die Trawanten, of hoe die Indianen ook heeten, de bedoeling was goed en mooi enje kunt mijnentwege meneer Sanniplak of Bannihal vertellen, dat ik een nieuwe voorraadoverschoenen heb ontvangen, voor het geval hij nog eens zoo’n plezierreisje [9]gaat ondernemen. Vrienden … op de gezondheid van Flip Buitenhuis!”

Er werd geklonken en gedronken, en onder vroolijke gesprekken werd de feestmaaltijdvoortgezet.

De lezers van Pietje Bell herinneren zich misschien nog wel, dat de schoenmaker vroegerden bijnaam droeg van „Jan Plezier”, omdat hij altijd vroolijk was en van den vroegenmorgen tot den laten avond liedjes zong, terwijl hij de laarzen en schoenen van deheele buurt repareerde.

Die aangeboren vroolijkheid was hem bijgebleven en had hem steeds meer klanten bezorgd.Toen Pietje acht jaar was, had zijn vader een kleinen schoenwinkel geopend aan deHeerenstraat, maar nu was de oude zaak ook weer te klein geworden en Vader had hetgroote, ledige winkelhuis ernaast gekocht en naar de eischen des tijds ingericht.[10]

Piet had, na de lagere school doorloopen te hebben, een bijzondere school bezocht,waar hij, behalve de gewone vakken ook Handelsrekenen, Buitenlandsche Correspondentieen Boekhouden geleerd had.

Hij was nu sinds eenige dagen van school en zou den volgenden dag als jongste bediendeop een graankantoor in dienst treden.

Wat was Pietje eigenlijk voor een jongen geworden?

Wel, in de eerste plaats was hij ouder geworden—da’s logisch—en met de jaren veranderteen mensch altijd een beetje en dat is maar goed ook.

De kleine Pietje Bell was min of meer de humoristische lastpost van de heele Breestraatgeweest en meer dan eens had de courant zijn naam vermeld als de grootste deugnietin Rotterdam.

Nu—op zestienjarigen leeftijd, met al een hoofd vol studie, was er van dergelijkedwaasheden natuurlijk geen sprake meer, hoewel hij een niet te verzadigen lust totpretmaken had. Piet was nimmer om een antwoord verlegen geweest, en de gave des woordswas zoo in hem ontwikkeld, dat hij een aparte dictionaire in zijn hoofd had van allemaalzelfgemaakte woorden en uitdrukkingen, die hij te pas en te onpas gebruikte.

Pietje was sterk, gezond, flink van postuur, liefhebberde in boxen en jiu-jitsu, wathem geleerd was door een vroegeren kameraad, en telde zijn vrienden bij tientallen.

Den volgenden morgen half negen stapte Pietje voor de eerste maal naar zijn eerstebetrekking: het kantoor van de graanhandelaars Graanzak & Zonen.

Een slungel van een jongste bediende was de eenige aanwezige, ’t scheen nog wat vroegte zijn.

’t Jonge mensch scheen niet te lijden aan overmaat van beleefdheid, want hij voegdePiet toe:

„Wat mot jij hier?”

Nu was bedeesdheid iets, wat Piet sinds den dag [11]zijner geboorte niet gekend had. Hij nam den jongen rustig op van het hoofd tot devoeten en vroeg spottend-beleefd:

„U zei?”

De jongen voelde den steek en trachtte zijn onhandigheid te verbergen door een noggrootere lompheid.

„Bee-je doof? Ik vraag, wat je hier mot; d’r is nog geen mensch op ’t kantoor en jekan nog wel een kwartier uitrukken.”

„Imbcile, je crois,” zei Piet lachend.

„Wat beteekent dat?”

„Of je ham lust van een ijsbeer,” vertaalde Piet.

„Wel, in elk geval heb je hier niets te maken, opschepper!”

Maar nu opende Piet zijn dictionaire:

„Opschepper? Wel jou driedubbel-overgehaalde kwartjesfonograaf, als jij denkt, jeongepatenteerde spreekbuis zoo wijd tegen mij te kunnen openzetten, dan zal ik jeeen knal op je eetsalon verkoopen, dat je de rest van je leven noodig hebt, om dentandarts af te betalen.”

De jongen deed een stap achterwaarts, verstomd door dien onverwachten woordenrijkdom.

’t Middel had geholpen en omdat Pietje zich meer interesseerde voor zijn nieuwe werkkringdan voor den lompen vlegel, draaide hij hem den rug toe en wachtte de komst van zijnpatroon af.

Hij was volkomen kalm gebleven, daar deze lummel hem niet genoeg belangstelling inboezemdeom zich over hem op te vinden.

Want Piet had zoo zijn eigen begrippen over de dingen: hij liet niemand een loopjemet hem nemen, hij was vriendelijk jegens de vriendelijken, beleefd jegens [12]de beleefden, goed jegens de goeden, maar wanneer iemand hem barsch toesprak of minachtendbehandelde, dan toonde Pietje, dat hij een vrije Hollandsche jongen was en dat hijbeschikte over een rapheid van tong, die voor een geoefend redenaar benijdenswaardigwas.

Geleidelijk kwam het kantoorpersoneel binnen, spoedig gevolgd door den heer Graanzak.

Toen deze Piet bemerkte, wenkte hij hem te volgen in het priv-kantoor.

Het woord klinkt misschien een beetje weelderig, maar het priv-kantoor was weinigmeer dan een rommelig hokje met een ouden lessenaar en een nog veel rommeliger kastvol boeken en papieren.

Graanzak paste volkomen in deze omgeving, hij was slordig gekleed en zijn oudachtiggezicht stond niet bijster vriendelijk.

„Blijf daar staan!” snauwde hij Piet toe, toen deze meer dan drie passen in het kamertjedeed.

Piet gehoorzaamde en wachtte vol belangstelling de komende dingen af.

Graanzak hing zijn hoed op, plantte een lorgnet op zijn neusbeen en grabbelde in depapieren op zijn lessenaar.

De lorgnet gebruikte hij om er overheen te kijken.

„Kom hier,” commandeerde Graanzak bits.

Piet naderde de lessenaar.

„Halt-halt … niet verder … da’s genoeg … nou, je naam?”

„Pieter Bell, meneer.”

„Geboren?”

„Jawel meneer.”

„Ik bedoel waar wanneer …”

„Rotterdam … 2 Augustus …”

„Mooi … haal een bezem.”

„Een bee …????” vroeg Piet verbaasd.

„Ja-ja … een bezem …”

Piet gehoorzaamde alweer; hij had nog geen duidelijk [13]begrip van zijn nieuwen werkkring. Hij dacht, dat hij kantoorbediende zou zijn eneen lessenaar zou krijgen. Wat wilde Graanzak met den bezem?

„Nou kom hier en veeg me dien varkensstal uit.”

Piet keek om zich heen.

„Is dat hier?” vroeg hij.

„Kijk naar den vloer en kijk onder tafel,” snauwde Graanzak. „Is dat vuil genoeg?Als je net zoo’n luie doeniet bent als je voorganger, kun je direct wel opkrassen.’t Is een zwijnenboel hier en jij maakt het schoon, versta je?”

„Blijf daar staan!” snauwde hij Piet toe, toen</div></div></div></div>
		</div>
        
        <script async src=
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 22
Comments (0)
Free online library ideabooks.net